Op de middelbare school zijn we met lessen over Nederlandse literatuur braaf begonnen met de middeleeuwen. De leraren deden hun best er boeiend over te vertellen, maar pas bij Paul van Ostaijen werd het voor mij interessant. Daarna zal Simon Vestdijk ongetwijfeld voorbij zijn gekomen, maar ik herinner het me niet.
To bio or not to bio
Waarom lees ik biografieën? Nieuwsgierigheid naar de mens achter de schrijver/kunstenaar/artiest of gewoon platte sensatiezucht? Of is het een handige manier om erachter te komen wat je bijvoorbeeld wel en niet van de betreffende schrijver zou willen lezen? Soms is er na het lezen een neveneffect waar je geen rekening mee had gehouden.
Roem
Als ik leerlingen op school vraag wat ze willen worden, zijn er altijd een paar die ‘beroemd’ zeggen. Waarmee, dat maakt ze eigenlijk niet uit. De eindeloze stroom foto’s van zichzelf die ze posten zien ze waarschijnlijk als een veelbelovende start. Ervaringsdeskundige Raymond van het Groenewoud over roem: ”Je bent ongelukkig als jouw zelfbeeld niet overeenkomt met de waardering die je krijgt.”
Lezen in de vakantie #5
Typisch: in de vakantie lees ik twee boeken per week. De rest van het jaar hooguit twee per maand. Als ik over een paar jaar met pensioen ga, hoop ik mijn vakantieritme vol te houden. Toen ik dat ooit aan een klas vertelde en verzuchtte dat ik dan maar honderd boeken per jaar zou kunnen lezen, zaten ze me aan te kijken alsof ze snot zagen branden.
Biografieën
Schrijvers moeten in de eerste plaats dood zijn als er een biografie (vanaf hier: bio) geschreven gaat worden, aldus de beroemdste Nederlandse biograaf Wim Hazeu. Zijn vuistdikke levensbeschrijvingen van Slauerhoff, Achterberg, Vestdijk, Toonder en Lucebert zijn min of meer de maatstaf. Nu hij zelf is overleden, is er misschien een enthousiaste literatuurvorser die een poging in de richting van Hazeu gaat wagen, of krijgen we dan een zekere mate van bio-inteelt?
Korte verhalen
Op mijn Havo-leeslijst in 1980 stonden maar liefst zeven verhalenbundels. De leraar Nederlands heeft nog de bundels van Joop Waasdorp, Bob den Uyl, J.M.A. Biesheuvel, Mensje van Keulen en Oek de Jong van me geleend, want de schrijvers waren nieuw voor hem. Korte verhalen zijn ook nu weer, aan het eind van het schooljaar, ideaal leesvoer.
Twee keer George Orwell
Animal Farm en 1984 heb ik gelezen op de middelbare school. Omdat, nou ja, je die nou eenmaal moest hebben gelezen. Zou de Koude Oorlog er iets mee te maken hebben gehad? Ik weet niet of ik toen had genoten van The Road to Wigan Pier en Down and Out in Paris and London, maar nu wel.
Drie Russen
Buiten regen, koude wind en een avond die al vóór zes uur begint. We eten stoofpotten en maaltijdsoepen, zitten met een dekentje op de bank en we lezen Russen. Want het kan altijd erger.
Mandarijnen op zwavelzuur (W.F. Hermans)
Het is een onhandig vierkant boek dat niet in de boekenkast past. Op het omslag zien we een fotocollage van een vrouw met een enorme vogelkop. Een meeuw, volgens Hermans, maar dat klopt niet. Het is een zeearend. Wat klopt en wat niet, wat goed is en wat niet, daarover gaat het boek.
Lezen in de vakantie #4
Een kennis vertelde voor de vakantie dat ze dolblij was met haar net gekregen e-reader. Geen zware tas boeken mee, een ingebouwd lampje zodat ze ook in het donker kon lezen, ze kon er maar nauwelijks over uit. Bij vakantie hoort voor mij een krat met boeken. Schermpjes krijgen al genoeg aandacht in de rest van het jaar.
