Als je om wat voor reden dan ook enige tijd aan huis gebonden bent, en je moeilijk kunt concentreren op lange teksten, lees je korte baan-teksten. Korte verhalen van Rink van der Velde zijn geschikt, Herman Pieter de Boer (Zalig zijn de schelen, dat hij samen met Betty van Garrel schreef, is heerlijk), maar echt genoten heb ik van de mini-essays van Ethel Portnoy.
In Korte verhalen uit de jaren zeventig, een bloemlezing door Aad Nuis, kwam ik haar voor het eerst tegen. Een fijne bundeling, want een flink aantal gekozen schrijvers (J.M.A. Biesheuvel, Bob den Uyl, Joop Waasdorp, Mensje van Keulen en dus Ethel Portnoy) belandden op mijn boekenlijst. Dit leidde tot lichte paniek bij mijn leraar Nederlands die opeens geconfronteerd werd met onbekende namen en vroeg of hij de boeken van deze schrijvers van mij kon lenen. Het mondelinge examen werd zo een ontspannen gesprek i.p.v. een moeizame exercitie.
Na Steen en been, haar debuutbundel, wilde ik meer lezen van Portnoy. Ze was a-typisch, geboren Amerikaanse, dus kijkend met een andere, frisse blik naar Nederland. Bovendien was ze antropologe die maatschappelijke details verrassend kon verklaren. Of het nu gaat over de poses van modellen in damesbladen, toiletten, kleding of al dan niet overschatte kunstenaars, in haar mini-essays (De brandende bruid en Vliegende vellen) beschouwt ze haarfijn en met humor wat haar opvalt en is niet bang grote namen onderuit te halen. Als je haar artikel over Joseph Beuys hebt gelezen, kijk je niet meer hetzelfde naar conceptuele kunst.
De term waarmee ze de meeste bekendheid heeft verworven, is het broodje aap-verhaal. Urban legends die worden doorverteld als waargebeurd, je kent er vast wel een paar. Op school heb ik ooit een paar voorgelezen en gevraagd of de leerlingen nieuwe exemplaren wisten. Helaas! Geen reactie, terwijl ik zeker weet dat dergelijke verhalen rondzingen, denk alleen maar aan alle fabeltjes van de afgelopen jaren over vaccinaties. Misschien moet ik het nog eens op een andere, omzichtiger manier proberen.
Later was ik Ethel Portnoy uit het oog verloren, ook omdat een nieuwe bundel van haar eerder verschenen materiaal bevatte. Een flauwe manier van haar uitgeverij om geld te verdienen. Maar gelukkig komt er dan toch weer een moment waarop haar verhalen en essays sprankelend tevoorschijn komen.

Ethel Portnoy
