Dictators hebben er een handje van, sommige architecten en kunstenaars ook: wat laat ik de wereld na? Welk bouwsel kan ik oprichten zodat de hele wereld ver na mijn dood nog met ontzag aan mij denkt?
Dit kan natuurlijk ook omgekeerd werken. Een wrede Engelse rentmeester werd in het 18e eeuwse Ierland zo gehaat, dat niemand meer zaken met hem wilde doen en hem zo dwong te vertrekken. Zijn naam: Boycott. Dat is ook een nalatenschap, maar waarschijnlijk niet zoals hij het had bedoeld.
In dezelfde eeuw woonde en werkte Eise Eisinga in Franeker als wolkammer. Geboren in een milieu waar een universitaire opleiding ongewoon was, kreeg hij reken- en wiskundeles en verdiepte zich in zijn andere grote liefde: sterrenkunde. Zo berekende hij zelf wanneer er zons- en maanverduisteringen waren. Toen een dominee in 1744 waarschuwde voor het einde der tijden, omdat de maan en een aantal planeten in één lijn stonden, besloot hij een werkend model van ons sterrenstelsel in zijn huis te bouwen, als een tikkende hemelklok. Hij deed er zeven jaar over en verwierf zo een plek in de Friese Canon.
Sandra Langereis beschrijft in Machineman de tijden van Eisinga. Bewogen tijden, want Prinsgezinden en Patriotten vochten elkaar de tent uit, voordat Napoleon Nederland bezette. Stadhouder Willem V was al gevlucht. Eerst vierden de Patriotten het eind van de regentenkliek die elkaar baantjes toeschoof, daarna kropen die weer uit hun holen onder Lodewijk Napoleon. Langereis zet alles boeiend op een rij.
Ondertussen werkte Eisinga door, onderbroken door een gevangenisstraf, als wolkammer, gastheer van het planetarium en gerespecteerd stadsbestuurder. Die werklust had hij niet van een vreemde. Zijn vader bouwde een eigen klavecimbel en huisorgel. Later, na Eisinga’s dood, zorgden zijn zoon en kleindochters voor onderhoud van het planetarium (nu werelderfgoed). Zeer leesbaar boek over een boeiende periode en een verbluffend staaltje thuisvlijt en een nalatenschap om trots op te zijn.
(Een documentaire over het planetarium)
Tegen het eind van Eisinga’s leven arriveerde de jonge Duitse arts Franz von Siebold in het geheimzinnige Japan. In dienst van Nederland, het enige land dat toegelaten werd in Japan, woonde en werkte hij in Desjima, een piepkleine handelspost. Hij werd verliefd op het land en een concubine met wie hij een dochter kreeg. En hij begon te verzamelen: planten, voorwerpen en landkaarten. Op dat laatste stond de doodstraf. Hij kwam er genadig af met een verbanning en scheiding van vrouw en dochter.
Terug in Europa volgde wanhopige pogingen om terug te keren naar Japan, via regeringen van verschillende landen. Ondertussen werkte hij aan een monumentaal boek over Japan, dat zo slecht verkocht dat hij de rest van zijn leven in geldnood verkeerde. Pas veel later werd hij weer toegelaten, maar het viel allemaal tegen. Zijn hoogtijdagen waren voorbij. Zijn uitputtende pogingen staatssteun te krijgen en gezant of ambassadeur te worden, zonder rekening te houden met zijn nieuwe gezin, wijzen niet op een prettig karakter.
Zijn dochter Ine (later Oine) werd vrouwenarts en een icoon in het moderne Japan. Zo is ze zelfs terug te vinden als personage in een computergame, voor veel mensen het hoogst haalbare. Haar werk was voor haar veel belangrijker dan haar nalatenschap, iets wat ze gemeen had met Eisinga. Aan haar vader zijn weliswaar een museum in Leiden en een buste in Nagasaki gewijd, in ons dagelijks leven herinneren vooral de blauwe hortensia (genoemd naar zijn Japanse vrouw) waarvan hij zaadjes naar Europa had gestuurd, samen met stekjes van de gehate Japanse duizendknoop. Ook een manier om herinnerd te blijven.
Annejet van der Zijl heeft in de loop der jaren haar aandacht verplaatst van onderwerpen dicht bij huis (Jagtlust, Annie M.G. Schmidt, Prins Bernhard) naar personages die wat verder weg leefden en werkten. In De zwevende wereld ontsluit zij het 19e eeuwse Japan, en legt en passant uit hoe zo’n verfijnde beschaving honderd jaar later tot een wrede oorlog in staat was. Benieuwd naar haar volgende project.

