Netjes een stapeltje boeken gemaakt om mee te nemen op onze tocht langs de Oost- en Noord-Friese kust. Het boek dat het meest op zijn plaats leek, viel tegen. De oerpolder van Hylke Speerstra, bekend om zijn schippers-, emigranten- en schaatsverhalen, schoot niet op. Nou ja, dan maar niet. Het leven is te kort voor vervelende boeken.
Wat bezielt Waterland? (De Stolp)
De première viel in het water (dat heb je met locatietheater), maar bij de andere voorstellingen konden 300 toeschouwers een plek vinden die voldeed aan alle veiligheidsvoorschriften. Gelukkig maar.
Onderweg: Het zoutpad (Raynor Winn) en Nomadland (Chloé Zhao)
We mochten weer naar de bioscoop! Rustig opbouwen. Niet meteen een heftige actie- of oorlogsfilm, maar een verhaal met een fijne cast in een indrukwekkend landschap. Nomadland, over een hedendaagse nomade, vergelijkbaar met het echtpaar in Het zoutpad.
Lees verder “Onderweg: Het zoutpad (Raynor Winn) en Nomadland (Chloé Zhao)”
Peter Pontiac
Het lezen van strips werd vroeger thuis niet aangemoedigd. Ik geloof niet dat het werd verboden, maar het was natuurlijk rotzooi vergeleken met echte boeken. Toch heb ik graag en veel strips gelezen, ook omdat je niet per se hoefde te kunnen lezen. Er was natuurlijk niet altijd iemand in de buurt die wilde voorlezen. Strips dus.
Revolusi (David van Reybrouck)
Na het monumentale Congo, over de voormalige Belgische kolonie, heeft Van Reybrouck enige jaren uitgetrokken om ooggetuigen op te zoeken en te ondervragen over de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië. Hij was net op tijd.
De rat van Amsterdam (Pieter Waterdrinker)
Vladimir, tolk/gids tijdens een trip naar Petersburg en Moskou, zei dat hij maar één Nederlandse schrijver las: Waterdrinker. ‘Omdat hij schrijft als een Rus’. Beetje vreemde redenering. Als ik alleen maar buitenlandse schrijvers zou willen lezen die schrijven als Nederlanders, hoe zou mijn boekenkast er dan uitzien?
Dat wordt nooit wat (Bert Visscher)
Als je in Groningen hebt gewoond, heb je hoogstwaarschijnlijk wel eens met Bert Visscher in een café gezeten. Er zijn klassieke voorbeelden van komieken die zich wereldvreemd/autistisch/mensenschuw/chagrijnig gedragen als ze niet op het podium staan, maar zo is Bert niet. Ieder gezelschap is publiek en moet en zal vermaakt worden.
De Friezen (Flip van Doorn)
Wanneer ben je een Fries? Wanneer maak je deel uit van die groep eigenzinnige, sentimentele (die Heerenveenfan die weer in het stadion zat en met tranen in de ogen naar het Friese volkslied luisterde, is een echte), zelfbewuste én onzekere noorderlingen? Flip van Doorn maakt elf (natuurlijk) reizen om het antwoord op die vraag te onderzoeken.
The Road to Wigan Pier (George Orwell)
Orwell bracht een tijd door tussen de mijnwerkers in Noord Engeland en publiceerde zijn verslag in 1937. Participerende journalistiek vanuit het doucheputje van het vooroorlogse Engeland. Zelfs dat klinkt nog te rooskleurig, want de mijnwerkers moesten zich na gedane arbeid afspoelen bij een gootsteen.
De tuinen van Buitenzorg (Jan Brokken)
Als vrouwen fictie en mannen vooral non-fictie lezen, lijkt Jan Brokken geschikt te zijn voor een breed publiek. In dit boek heeft hij zijn moeder benaderd als een romanpersonage (hij gaf haar en zijn vader zelfs andere namen), tegelijkertijd heeft hij zich grondig verdiept in het bestaan in vooroorlogs Indonesië.
