Didion is een echte schrijfster. Ze heeft taal, pen en papier nodig om uit te zoeken hoe dingen in elkaar zitten. Sociaal gezien zijn schrijvers niet de sprankelendste figuren. Alleen een andere schrijver begrijpt dat.
Joan Didion was 40 jaar getrouwd met de schrijver John Gregory Dunne toen hij tijdens het eten een hartaanval kreeg en stierf. ‘Life changes fast. Life changes in the instant. You sit down to dinner and life as you know it ends.’ Zij beschrijft zo precies mogelijk wat er gebeurt, wat ze kennelijk niet meer weet en wat het verlies met haar doet. Ook vraagt ze zich af of ze dingen anders had moeten doen, of ze spullen op moet ruimen omdat hij misschien toch terugkomt. Dat is the magical thinking.
Tegelijkertijd ligt hun dochter Quintana doodziek in het ziekenhuis, met een onduidelijk ziektebeeld. Van haar leven als succesvol schrijfster die veel reist (er wordt abnormaal veel gevlogen, soms zelfs voor een eetafspraak) en in bijzondere huizen woont, is weinig over. Alleen taal, pen en papier. Ze schrijft omdat ze niet anders kan. Ik denk niet dat ze dit boek heeft geschreven als een soort zelfhulpboek voor rouwenden, maar omdat ze nu eenmaal schrijft.
In het begin van haar rouwperiode citeert ze uit boeken hoe je rouwenden kunt bijstaan. Vraag bijvoorbeeld niet of ze iets willen eten, dat willen ze niet. Het idee van eten maakt al misselijk. Bied een kom soep aan. Dat zullen ze werktuigelijk naar binnen lepelen. Verderop stelt ze vast dat met het verlies van een echtgenoot na een lang huwelijk, de jonge versie van jou is verdwenen die de ander nog altijd in je zag.
Deze zomer las ik een verzamelbundel van haar en zag een documentaire op Netflix, waarin veel van haar teksten langskwamen. Een fragiele oudere vrouw, wapperend met haar handen als ze praat, maar met een jaloersmakende, glasheldere stijl.

