Aan het soort boeken dat je leest, kun je min of meer de tijd van het jaar afleiden. Begin mei zit je toch weer met een boek over de oorlog op schoot, en richting zomervakantie wordt je lectuur minder inspannend en herlees je ook vaker. Zo werkt het in ieder geval bij mij.
Een adres (Michal Citroen) beschrijft zeer uitgebreid de geschiedenis van joodse onderduikers in de oorlog. Waarom bleven ze in Nederland toen ze de kans hadden om voor de oorlog te vluchten? Waarom doken velen niet onder toen ze de kans hadden?
Cruciaal in de hele geschiedenis lijkt de opstelling van de Joodse Raad. Om erger te voorkomen werd geadviseerd braaf de bezetter te gehoorzamen, met alle verschrikkelijke gevolgen van dien. Na de oorlog werden de trauma’s van veel onderduikers niet serieus genomen. Al die tijd in doodsangst leven omdat je kon worden ontdekt, was iets waar gevangenen in kampen tenminste geen last meer van hadden, die waren al ontdekt en hadden met andere verschrikkingen te maken.

Niemandsland (Pat Barker) stond al heel lang in de kast, nu pas gelezen. In 1917 heeft Siegfried Sassoon een publiek protest laten horen tegen de zinloosheid van de oorlog. Hij wordt opgenomen in een militair hospitaal en voert gesprekken met dr. Rivers, de eigenlijke hoofdpersoon van het boek.
Een originele manier om de ellende van de loopgravenoorlog in Frankrijk te beschrijven. Gruwelijke details, maar vooral de gevolgen bij de soldaten, gecombineerd met het reusachtige standenverschil in Engeland. Dat Sassoon een van de zgn. war poets was, geeft het verhaal nog een extra dimensie.

Ook van Pat Barker: Dochter van de eeuw. De tachtigjarige Liza Jarret, geboren op 1 januari 1900 heeft alle ellende van de 20e eeuw meegemaakt. In de wereldoorlogen is ze dierbaren kwijtgeraakt, de crisis heeft haar hard geraakt en toch heeft ze koppig doorgezet. Een jonge welzijnswerker slaagt erin haar vertrouwen te winnen en hoort haar verhaal. Een vrouw uit een lagere klasse moest werken, kinderen krijgen en doorwerken zodat ze op haar 40e totaal versleten was.
Twee geweldige boeken van een schrijfster van wie ik, schande schande, nog nooit iets gelezen had.
Ian McEwan kende ik wel, in een vorige zomervakantie met veel plezier Lessen gelezen, dus ik was benieuwd naar Wat we kunnen weten. Ik ben niet zo dol op dystopische romans, maar hier maak ik graag een uitzondering.
In 2119 gaat een literatuurwetenschapper op zoek naar een gedicht dat in 2014 één keer is voorgelezen in een groep toonaangevende dichters.
Het beeld van de wereld over honderd jaar stemt niet vrolijk, maar is niet ondenkbaar. Door grote overstromingen als gevolg van de klimaatopwarming en conflicten waarbij toch atoomwapens zijn ingezet is een maatschappij ontstaan van kleine en grote eilanden/gemeenschappen die weinig met elkaar te maken hebben. Dat er toch nog onderzoek gedaan wordt naar literaire teksten is dan wel weer hoopvol, hoewel de studenten alleen met de grootste tegenzin tot lezen kunnen worden aangezet. Hoe herkenbaar!

Over eilanden gesproken, de vijf waddenthrillers van Mathijs Deen spelen zich af in het Friese, Groningse en Duitse waddengebied. De Hollandse rechercheur in Duitse dienst Liewe Cupido, een nogal contactgestoorde eenling, krijgt lastige moordzaken op te lossen. Je zult eens een politieroman/detective over een ontspannen, sociale en goedlachse speurneus lezen. Ook in tv-series kom je steeds vaker hele of halve autisten tegen, wat dan wel weer resulteert in onverwachte oplossingen.
Vijf crimi’s van Deen, en nu is hij er klaar mee. Aan de ene kant jammer, het is een boeiend universum, zeker als je een beetje thuis bent in de Wadden. Aan de andere kant moet het ook geen eindeloze serie worden. Van de tien Sjöwall & Wahlöö boeken was de laatste ook niet de sterkste. Deen heeft de zaak Cupido uiteindelijk netjes opgelost.

Herlezen dan: Gerard Heineken (Annejet van der Zijl) is een fijn boek over een boeiende periode in Amsterdam. Vanaf 1865 groeide Heineken van een kleine brouwerij tot een nationaal en internationaal bedrijf. En dat niet alleen, als maatschappelijk betrokken ondernemer speelde hij een belangrijke rol bij de totstandkoming van o.a. het Rijksmuseum, het Noordzeekanaal en de Telegraaf.
Dat hij in de geschiedenis van het bedrijf nauwelijks een rol van betekenis lijkt te spelen, heeft te maken met zijn zoon Henry Pierre (vader van Frddy). HP zou voortkomen uit een verhouding met Mary Tindal, de vrouw van Gerard, en Julius Petersen. Een jaloerse zwager schreef er een schandaal-pamflet over. Als je de foto’s ziet, lijken HP en Freddy meer op Petersen dan op Gerard.
Annejet van der Zijl geeft Gerard Heineken de plek die hem toekomt.

En als we toch met Van der Zijl bezig zijn, kan Jagtlust er nog wel bij. De beschrijving van het buitenhuis in Blaricum waar Fritzi Harmsen van Beek in de jaren 50 en 60 een ontmoetingsplek creëerde voor allerhande schrijvers en kunstenaars. Campert, Reve, Nooteboom, noem ze maar op.
Een vrijgevochten enclave in het keurige Nederland, met woeste feesten vol drank, drugs en seks.
In haar biografie Hemelse mevrouw Frederike (Maaike Meijer) lezen we dat Harmsen van Beek zelf niet blij was met het boek Jagtlust. Neergestreken in Garnwerd, waar ze een stuk rustiger leefde, werd ze opeens weer geconfronteerd met die overtrokken verhalen van vroeger. Ze had niet met Van der Zijl willen praten, durfde de straat nauwelijks meer op en had spijt van iedere letter die ze geschreven had.
Daarbij was ze ook de realiteit een beetje uit het oog verloren. Toen we haar dik twintig jaar geleden in een vriendelijke brief toestemming vroegen om haar teksten in een voorstelling te mogen gebruiken, ging ze akkoord onder strikte voorwaarde dat zij niet aanwezig hoefde te zijn en dat ze geen pers te woord hoefde te staan. Dat die kans verwaarloosbaar was bij een amateurfestival in een klein theater in Rotterdam leek niet tot haar door te dringen. En dan, was ze nog bekend toen Jagtlust verscheen? Ze hield alles af.Jammer eigenlijk, want haar gedichten en proza zijn nog springlevend. Lees In goed en kwaad, haar verzameld werk (dat logischerwijs na haar dood verscheen) en verwonder je over haar volstrekt oorspronkelijk taalgebruik. Goed om het niet in al te grote porties tot je te nemen.

Nog eentje dan: De muzikale voddenman (Roland Vonk) met verhalen, herinneringen aan muziek en artiesten. Wanneer werd Ketelbinkie voor het eerst op de radio gezongen, van wie is de Louis Davids-hit Sally met de roomijskar, hoe veelzijdig was Corry van Gorp en vele andere belangrijke zaken. Prettig is dat het ook vaak over Roland Vonk zélf gaat, waarom hij verzamelt en wat dwangmatig verzamelen met jou (en je omgeving!) doet. Veel verhalen kwamen in min of meer dezelfde vorm langs in Archief Rijnmond, het radioprogramma dat Roland jarenlang voor Radio Rijnmond op zondagochtend presenteerde. Je hoort het hem voorlezen. Fijn boek, prettige tekeningen van Herman Schouwenburg, vooral van al die sneupers in platenbakken.

Nog even, dan is het echt vakantie en kan er weer een krat boeken mee in de auto. Daarna wacht een nog grotere leespauze: pensioen.
